Criteria voor het CBF-Certificaat voor kleine goede doelen

Onder een klein goed doel verstaat het CBF:

Een fondsenwervende instelling waarvan de som der baten niet groter is dan 500.000 euro per jaar.
Een kansspelbegunstigde die niet meer dan 500.000 euro per jaar verantwoordt van een kansspelvergunninghouder.

Fondsenwervende instellingen moeten minimaal drie jaar als zodanig actief zijn in Nederland. 

De criteria betreffen de volgende onderwerpen:
1. Bestuur
2. Beleid en bestedingen
3. Fondsenwerving
4. Verslaggeving.

De volledige tekst van de criteria kunt u vinden in Artikel 4 van het Reglement CBF-Certificaat voor kleine goede doelen.

Het CBF heeft geen oordeel over de doelstelling van een organisatie en gaat niet ter plekke zelf controleren of de projecten worden uitgevoerd maar vereist verantwoording daarvan en transparantie door de instelling.

De Richtlijn 650 Fondsenwervende instellingen
Sinds begin 1999 maakt de Richtlijn 650 deel uit van de "Richtlijnen voor de jaarverslaggeving", een uitgave van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Het volgen van de Richtlijn 650 is een belangrijke vereiste voor het verkrijgen en behouden van het CBF-Certificaat voor kleine goede doelen. Alle houders van het CBF-Certificaat moeten hun jaarverslaggeving overeenkomstig deze richtlijn opstellen. Hiermee wordt een hoge mate van uniformiteit en transparantie bereikt. Lezers van jaarverslagen (publiek, pers) vinden in ieder geval steeds dezelfde opstellingen en dezelfde terminologie. Uniek aan de Richtlijn 650 is dat onderscheid wordt gemaakt tussen kosten die gemaakt worden om gelden te werven, kosten die gemaakt worden in het kader van beheer en administratie en kosten die worden gemaakt om de gelden uit te geven.

Share/Bookmark Stel een vraag aan het CBF over deze pagina print deze informatie
Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker