Criteria voor het CBF-Keur

Voor een beoordeling in de hoedanigheid van een fondsenwervende instelling komt in aanmerking:

‘Een naar Nederlands recht opgerichte stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die voor realisering van charitatieve, culturele, wetenschappelijke of andere het algemeen nut beogende doelstellingen door middel van fondsenwerving een beroep doet op de publieke offervaardigheid. Onder fondsenwerving wordt verstaan dat de aldus verkregen gelden vrijwillig zijn afgestaan, geen of geen evenredige tegenprestatie vormen voor geleverde goederen of diensten en dat er geen rechten voor zorg of hulp aan kunnen worden ontleend.’


Voor een beoordeling in de hoedanigheid van kansspelbegunstigde instelling komt in aanmerking:

‘Een naar Nederlands recht opgerichte stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die voor de realisering van charitatieve, culturele, wetenschappelijke of andere het algemeen nut beogende doelstellingen gelden verkrijgt van een kansspelvergunninghouder zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen en die niet tevens een fondsenwervende instelling is. Een kansspelbegunstigde die door middel van fondsenwerving een beroep doet op de publieke offervaardigheid wordt in dit kader gezien als een fondsenwervende instelling.’ 

De criteria betreffen de volgende onderwerpen:
1. Bestuur
2. Beleid
3. Fondsenwerving, voorlichting en communicatie
4. Besteding van de middelen
5. Verantwoording.

De volledige tekst van de criteria kunt u vinden in Artikel 4 van het Reglement CBF-Keur voor goede doelen.

Het CBF heeft geen oordeel over de doelstelling van een organisatie en gaat niet ter plekke zelf controleren of de projecten worden uitgevoerd maar vereist verantwoording daarvan en transparantie door de instelling.

De Richtlijn 650 Fondsenwervende instellingen
Sinds begin 1999 maakt de Richtlijn 650 deel uit van de “Richtlijnen voor de jaarverslaggeving”. Dit is een uitgave van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Het volgen van de Richtlijn 650 is een belangrijke vereiste voor het verkrijgen en behouden van het CBF-Keur voor goede doelen. Alle keurmerkhouders moeten hun jaarverslaggeving overeenkomstig deze richtlijn opstellen. Hiermee wordt een hoge mate van uniformiteit en transparantie bereikt. Lezers van jaarverslagen (publiek, pers) vinden in ieder geval steeds dezelfde opstellingen en dezelfde terminologie. Uniek aan de Richtlijn 650 is dat onderscheid wordt gemaakt tussen kosten die gemaakt worden om gelden te werven, kosten die gemaakt worden in het kader van beheer en administratie en kosten die worden gemaakt om de gelden uit te geven. 

Share/Bookmark Stel een vraag aan het CBF over deze pagina print deze informatie
Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker