Bestuur
Het bestuur bepaalt het beleid, de financiële richtlijnen en heeft de eindverantwoordelijkheid voor de dagelijkse leiding. Het bestuur is zo samengesteld dat een onafhankelijke en integere taakvervulling van het bestuur en zijn individuele leden gewaarborgd is.
- De instelling is gehouden het volgende algemeen geldende principe in acht te nemen: “binnen de instelling dient de functie ‘toezicht houden’ (vaststellen of goedkeuren van plannen, en het kritisch volgen van de organisatie en haar resultaten) duidelijk te zijn gescheiden van het ‘besturen’ dan wel van de ‘uitvoering’.”
- Het bestuur bestaat uit ten minste vijf leden (natuurlijke personen), zonder nauwe familie- of vergelijkbare relaties. Ieder bestuurslid heeft één stem. Indien er naast het bestuur sprake is van een toezichthoudend orgaan dan bestaat het bestuur uit tenminste één natuurlijk persoon die een dienstverband mag hebben met de instelling. Indien er sprake is van een toezichthoudend orgaan en een bestuur bestaande uit één natuurlijk persoon dan dient er een auditcommissie te worden ingesteld.
- De onafhankelijke leden van het bestuur vormen minimaal twee derde deel van het aantal bestuursleden.
- De leden van het bestuur of van het toezichthoudend orgaan ontvangen geen bezoldiging. Een redelijke vergoeding voor gemaakte kosten en voor verrichte werkzaamheden wordt niet als bezoldiging aangemerkt. Bestuurders met een dienstverband kunnen wel als werknemer worden bezoldigd. Deze vergoedingen moeten in de jaarrekening zichtbaar worden gemaakt en nader toegelicht.
- De leden van het bestuur treden periodiek af; benoemingen en herbenoemingen geschieden voor een periode van maximaal vijf jaar. Bestuurders met een dienstverband, onder een toezichthoudend orgaan, kunnen voor onbepaalde tijd worden benoemd.
- Het bestuur en het toezicht houdend orgaan waken tegen verstrengeling van belangen tussen die van de instelling en die van de bestuursleden en/of de medewerkers. Bij strijdigheid van belangen dienen betrokkenen zich van besluitvorming en stemming te onthouden.
- Het toezichthoudend orgaan bestaat uit ten minste 3 natuurlijke personen en houdt toezicht op het bestuur. Ieder lid van het toezichthoudend orgaan heeft één stem.
Beleid
- In verband met de continuïteit stelt het bestuur een meerjarenbeleidsplan op voor minstens drie jaar. De medewerkers van de instelling worden op de hoogte gebracht van de hoofdlijnen van dit plan.
- Ten behoeve van het meerjarenbeleidsplan wordt een omgevingsanalyse uitgevoerd. Het plan bevat meetbare doelstellingen en geeft prioriteiten aan.
- Het bestuur, dan wel het toezichthoudend orgaan, stelt voor het einde van het boekjaar een jaarplan en begroting vast voor het volgende jaar waarin het meerjarenbeleidsplan wordt vertaald in concrete programma’s en activiteiten met meetbare doelstellingen.
- Het bestuur, dan wel het toezichthoudend orgaan, controleert en evalueert regelmatig de uitvoering van het beleid, die waar nodig wordt bijgesteld.
- Het bestuur, dan wel het toezichthoudend orgaan, stelt vast dat de instelling adequaat is ingericht en toegerust om het beleid uit te voeren.
Fondsenwerving, voorlichting en communicatie
Bij fondsenwerving, voorlichting en communicatie zijn de identiteit, de doelstelling, de programma’s en de financiële situatie van de instelling duidelijk omschreven. De instelling kan deze informatie te allen tijde beschikbaar stellen.
- De externe communicatie van de organisatie geeft inzicht in de doelstellingen van de organisatie en de realisatie daarvan. De instelling kan deze informatie te allen tijde beschikbaar stellen.
- De instelling onthoudt zich van misleiding en vergelijking met andere fondsenwervende instellingen.
- Fondsenwervende activiteiten zijn gericht op het verwerven van vrijwillige bijdragen en zijn niet intimiderend. Ook sluiten de fondsenwervende methoden aan bij hetgeen in de samenleving als behoorlijk geldt.
- Gegevens uit donateursbestanden mogen zonder toestemming niet aan derden beschikbaar worden gesteld.
- De kosten voor de fondsenwerving bedragen gemiddeld over drie achtereenvolgende jaren niet meer dan 25% van de baten uit eigen fondsenwerving.
Besteding van de middelen
- De instelling is gehouden het volgende algemeen geldende principe in acht te nemen: “de instelling dient continu te werken aan een optimale besteding van middelen, zodat effectief en doelmatig gewerkt wordt aan het realiseren van de doelstelling”.
- Er is een duidelijke beschrijving van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden ten aanzien van de besteding van de middelen, waarbij heldere criteria en procedures worden gehanteerd.
- De besteding vindt overeenkomstig de begroting plaats. Afwijkingen worden door een bestuursbesluit gedekt.
- Middelen waaraan (door derden of de aard van de actie) een beperkte bestedingsmogelijkheid is gegeven worden binnen een redelijke periode besteed aan de doelstelling.
- De instelling voert een administratie waarin informatie wordt vastgelegd over de identiteit, achtergrond en betrouwbaarheid van de uitvoerende organisaties en (groepen) van begunstigden.
- De voortgang van de bestedingen aan de doelstellingen wordt aantoonbaar gerapporteerd.
- De bestedingen worden geëvalueerd, de resultaten hiervan worden meegenomen in nieuwe beleidsplannen.
- De instelling stelt een norm vast voor de hoogte van de kosten beheer en administratie en licht dit toe in het jaarverslag.
Verantwoording
- De instelling is gehouden het volgende algemeen geldende principe in acht te nemen: “de instelling streeft naar optimale relaties met belanghebbenden, met gerichte aandacht voor de informatieverschaffing en de inname en verwerking van wensen, vragen en klachten”.
- De instelling dient een procedure te hebben voor de ontvangst en de behandeling van klachten.
- De jaarverslaggeving is ingericht overeenkomstig de Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen waarbij de elementen beleid, communicatie, waarborging van de kwaliteit van de organisatie en besteding van de middelen in relatie tot de doelstelling duidelijk in het bestuursverslag tot uiting worden gebracht.
- De jaarrekening is voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring.
- Het jaarverslag is openbaar en wordt desgewenst tegen betaling van de kosten aan geïnteresseerden beschikbaar gesteld.
Voor een volledige weergave van de criteria voor het CBF-Keur voor goede doelen kunt u het Reglement CBF-Keur voor goede doelen downloaden
De Richtlijn 650 Fondsenwervende Instellingen (Richtlijn FW)
Sinds begin 1999 maakt de Richtlijn FW deel uit van de “Richtlijnen voor de jaarverslaggeving”, een uitgave van de Raad voor de jaarverslaggeving.
Het volgen van de Richtlijn FW is een belangrijke vereiste voor het verkrijgen en behouden van het CBF-Keur voor goede doelen. Alle keurmerkhouders moeten hun jaarverslaggeving overeenkomstig deze richtlijn opstellen. Hiermee wordt een hoge mate van uniformiteit en transparantie bereikt. Lezers van jaarverslagen (publiek, pers) vinden in ieder geval steeds dezelfde opstellingen en dezelfde terminologie. Uniek aan de Richtlijn FW is dat onderscheid wordt gemaakt tussen kosten die gemaakt worden om gelden te werven, kosten die gemaakt worden in het kader van beheer en administratie en kosten die worden gemaakt om de gelden uit te geven.