Voorwaarden voor de verkrijging:
Om voor een CBF-Certificaat voor kleine goede doelen in aanmerking te komen dient de organisatie te voldoen aan de onderstaande voorwaarden:
- De fondsenwervende instelling moet minimaal drie jaar als zodanig actief zijn in Nederland.
- Een fondsenwervende instelling zijn waarvan de som der baten niet groter is dan 500.000 euro per jaar.
- Een kansspelbegunstigde instelling zijn die niet meer dan 500.000 euro per jaar ontvangt van een kansspelvergunninghouder.
Bestuur
Het bestuur bepaalt het beleid, stelt de financiële richtlijnen vast en heeft de eindverantwoordelijkheid voor de dagelijkse leiding. Het bestuur dient aldus te zijn ingericht dat een onafhankelijke en integere taakvervulling van het bestuur en zijn individuele leden is gewaarborgd. Bij de inrichting van het bestuur dienen de onderstaande bepalingen in acht te worden genomen.
- Het bestuur bestaat uit tenminste drie natuurlijke personen.
- Het bestuur dient voor tenminste 2/3 deel te bestaan uit onafhankelijke personen.
- Voor het nemen van besluiten is vereist dat meer dan de helft van het aantal onafhankelijke bestuursleden persoonlijk deelneemt aan de vergadering. Ieder bestuurslid heeft een stem.
- Een bestuurder is slechts tezamen met één of meerdere bestuurders bevoegd tot vertegenwoordiging van de instelling.
- Het bestuur voorkomt verstrengeling van belangen.
- Bestuursleden treden periodiek af. De benoeming is voor maximaal vijf jaar, herbenoeming is mogelijk.
- Bestuursleden ontvangen in die hoedanigheid geen bezoldiging. Een redelijke vergoeding voor gemaakte onkosten wordt niet als bezoldiging aangemerkt.
- Bij opheffing van de fondsenwervende instelling dient het positieve saldo zoveel mogelijk besteed te worden in overeenstemming met de statutaire doelstelling.
- De criteria a. t/m h. zijn vastgelegd in de statuten of het huishoudelijk reglement.
Beleid en bestedingen
- De fondsenwervende instelling heeft een actueel beleidsplan.
- Het bestuur stelt voor het einde van het boekjaar een begroting voor het volgende jaar vast.
- Bestedingen zijn in overeenstemming met de statutaire doelstelling.
- De besteding van middelen vindt plaats conform de begroting. Afwijkingen worden gedekt door een bestuursbesluit.
- Bestedingen dienen aantoonbaar te worden gecontroleerd en geëvalueerd.
Fondsenwerving
- De identiteit, de doelstelling en de activiteiten van de fondsenwervende instelling zijn duidelijk omschreven.
- De fondsenwervende instelling onthoudt zich van misleiding en van vergelijking met andere fondsenwervende instellingen .
- De fondsenwervende instelling onthoudt zich van het voeren van een naam en beeldmerk die op het eerste gezicht bij het brede publiek tot verwarring kunnen leiden met de naam en/of het beeldmerk van reeds langer bestaande fondsenwervende instellingen.
- De fondsenwerving is gericht op het verwerven van vrijwillige bijdragen en is niet intimiderend.
- De kosten voor de eigen fondsenwerving zijn gemiddeld over drie jaar minder dan 25% van de baten uit eigen fondsenwerving.
Verslaggeving
- De jaarverslaggeving dient op basis van de Richtlijn 650 Fondsenwervende Instellingen (RJ 650) te zijn ingericht en omvat in ieder geval:
- de statutaire naam, vestigingsplaats en rechtsvorm;
- een omschrijving van de doelstelling;
- de samenstelling van het bestuur en vermelding van de relevante nevenfuncties van de bestuursleden;
- een beschrijving van de belangrijkste activiteiten van de instelling in het verstreken boekjaar en waarin in ieder geval wordt aangegeven in hoeverre de geplande activiteiten zijn gerealiseerd.
- de balans overeenkomstig het model in Bijlage 1 van de RJ 650;
- de staat van baten en lasten overeenkomstig het model in Bijlage 2 van de RJ 650;
- toelichting op de staat van baten en lasten en op de balans;
- een goedkeurende accountantsverklaring indien de jaarlijkse som der baten groter is of gelijk aan 150.000 euro. Volstaan kan worden met een beoordelingsverklaring van een accountant bij een jaarlijkse som der baten van minder dan 150.000 euro.
- De jaarverslaggeving is openbaar en binnen negen maanden na afloop van het boekjaar beschikbaar voor het publiek.
De Richtlijn 650 Fondsenwervende Instellingen (Richtlijn FW)
Sinds begin 1999 maakt de Richtlijn FW deel uit van de "Richtlijnen voor de jaarverslaggeving", een uitgave van de Raad voor de jaarverslaggeving.
Het volgen van de Richtlijn FW is een belangrijke vereiste voor het verkrijgen en behouden van het CBF-Certificaat voor kleine goede doelen. Alle houders van het CBF-Certificaat moeten hun jaarverslaggeving overeenkomstig deze richtlijn opstellen. Hiermee wordt een hoge mate van uniformiteit en transparantie bereikt. Lezers van jaarverslagen (publiek, pers) vinden in ieder geval steeds dezelfde opstellingen en dezelfde terminologie. Uniek aan de Richtlijn FW is dat onderscheid wordt gemaakt tussen kosten die gemaakt worden om gelden te werven, kosten die gemaakt worden in het kader van beheer en administratie en kosten die worden gemaakt om de gelden uit te geven.