Bestuur

De beoordelingen van het CBF hebben betrekking op de volgende terreinen:
   • Bestuur
   • Beleid
   • Fondsenwerving
   • Besteding van de middelen
   • Verslaglegging en verantwoording

Bestuur
Het bestuur van een fondsenwervende instelling heeft een grote verantwoordelijkheid. Het bepaalt het beleid en controleert de uitvoering ervan. De CBF-regels leveren basisvoorwaarden voor goed bestuur. Zo moet een keurmerkhouder de functie ‘toezicht houden’ duidelijk onderscheiden van de functie ‘besturen’ dan wel van de functie ‘uitvoering’.

Het bestuur van een keurmerkhouder of houder van de Verklaring van geen bezwaar bestaat uit minimaal vijf natuurlijke personen. Het bestuur van een certificaathouder bestaat uit minimaal drie natuurlijke personen. Het bestuur dient aldus te zijn ingericht dat een onafhankelijke en integere taakvervulling van het bestuur en zijn individuele leden is gewaarborgd. Het CBF heeft hiertoe specifieke bepalingen opgesteld, zoals verwoord in Artikel 4, lid 1B van het Reglement CBF-Keur en Artikel 4 lid 1 van het Reglement CBF-Certificaat voor kleine goede doelen.

Indien naast het bestuur sprake is van een toezichthoudend orgaan, dan bestaat het bestuur uit tenminste één natuurlijk persoon, die een dienstverband mag hebben met de instelling. Indien er sprake is van een toezichthoudend orgaan en een bestuur bestaande uit één natuurlijk persoon, dan moet er een auditcommissie worden ingesteld.

Zie voor de volledige inhoud van de criteria Artikel 4 van het Reglement CBF-Keur en Artikel 4 van het Reglement CBF-Certificaat voor kleine goede doelen.