Doelstelling
De Stichting Centraal Bureau Fondsenwerving werd in 1925 opgericht als “Stichting Centraal Archief en Inlichtingenbureau inzake het Maatschappelijk Hulpbetoon voor Nederland”. In de loop van de tijd werden naam en doelstelling diverse malen aangepast. De huidige naam Centraal Bureau Fondsenwerving dateert uit 1989.
In de statuten van het CBF staat de doelstelling als volgt geformuleerd:
“De stichting heeft ten doel te bevorderen dat in Nederland de werving en besteding van fondsen - hieronder mede begrepen gelden verkregen van kansspelvergunninghouders zoals bedoeld in de Wet op de Kansspelen - door en voor charitatieve, culturele, wetenschappelijke of andere het algemeen nut beogende rechtspersonen en de voorlichting die door hen in dat kader wordt afgegeven, op verantwoorde wijze plaatsvinden. Dit doet zij zowel in het belang van het publiek als in het belang van de erbij betrokken rechtspersonen.”
Taken
In de praktijk streeft het CBF de realisatie van de doelstelling onder meer na door:
- Ontwikkelen van regelgeving voor een betrouwbare en verantwoorde werving en besteding van de fondsen en het toetsen van de naleving van de regels door individuele instellingen, op hun verzoek.
- In onafhankelijkheid signaleren en documenteren van zaken die van belang kunnen zijn bij de fondsenwerving en besteding.
- Verstrekken van informatie en advies aan publiek, overheden en instellingen.
Hiervan afgeleide taken zijn:
- Verrichten van beoordelingen.
- Toezicht op verantwoorde fondsenwerving en besteding.
- Verstrekken van voorlichting en advies.
Het verrichten van beoordelingen
Het CBF beoordeelt voornamelijk fondsenwervende instellingen. Daarnaast beoordeelt het CBF ook organisaties niet zijnde fondsenwervende instellingen, voor zover deze van een kansspelorganisatie gelden verkrijgen ("kansspelbegunstigden").
Voor een beoordeling in de hoedanigheid van een fondsenwervende instelling komen in aanmerking:
'Een naar Nederlands recht opgerichte stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die voor realisering van charitatieve, culturele, wetenschappelijke of andere het algemeen nut beogende doelstellingen door middel van fondsenwerving een beroep doet op de publieke offervaardigheid. Onder fondsenwerving wordt verstaan dat de aldus verkregen gelden vrijwillig zijn afgestaan, geen of geen evenredige tegenprestatie vormen voor geleverde goederen of diensten en dat er geen rechten voor zorg of hulp aan kunnen worden ontleend.'
Voor beoordeling in de hoedanigheid van kansspelbegunstigde instelling komen in aanmerking:
'Een naar Nederlands recht opgerichte stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die voor de realisering van charitatieve, culturele, wetenschappelijke of andere het algemeen nut beogende doelstellingen gelden verkrijgt van een kansspelvergunninghouder zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen en die niet tevens een fondsenwervende instelling is. Een kansspelbegunstigde die door middel van fondsenwerving een beroep doet op de publieke offervaardigheid wordt in dit kader gezien als een fondsenwervende instelling.'
Het uitvoeren van beoordelingen vormt de kerntaak van het CBF. De Raad voor Accreditatie heeft het CBF de bevoegdheid gegeven tot het verstrekken van keurmerken. De beoordelingen zijn erop gericht te kunnen vaststellen of een instelling al dan niet voldoet aan de criteria die het CBF heeft opgesteld inzake betrouwbare en verantwoorde fondsenwerving en besteding. Dit is in het belang van zowel de betrokken instelling als het publiek.
De criteria zijn ontwikkeld door het bureau, de Commissie Keurmerk, het College van Deskundigen en het College van Beroep van het CBF, een proces dat in het midden van de jaren tachtig op gang kwam en heeft geleid tot de huidige aanpak. Het spreekt voor zich dat in een dynamische wereld zich steeds veranderingen zullen blijven voordoen, die ook in de regels van het CBF tot uiting zullen komen. Zoals de uitbreiding van de keurmerkcriteria ten aanzien van het toezicht op en de kwaliteit van de bestedingen.
Als aan de criteria wordt voldaan, zal het CBF concluderen dat het geen bezwaar ziet in het werven van fondsen door de betrokken instelling. Het is evident dat de uitvoering van de fondsenwerving en besteding een verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling zelf is. Het CBF neemt met zijn beoordelingen dan ook geen verantwoordelijkheid voor de instelling. Evenmin spreekt het CBF een waardeoordeel uit of een bepaald goed doel gesteund zou moeten worden. Die beslissing is en blijft voorbehouden aan de gever.
Het CBF kent 4 beoordelingsvormen.
- CBF-Keur voor goede doelen.
- CBF-Certificaat voor kleine goede doelen.
- Verklaring van geen bezwaar.
- Beoordeling van kledinginzamelende instellingen.
De beoordelingsvormen worden uitgebreid beschreven in het tabblad CBF-beoordelingen. De volledige overzichten van de door het CBF beoordeelde instellingen vindt u in het tabblad Register goede doelen.
De beoordelingen in het kader van het CBF-Keur voor goede doelen en van het CBF-Certificaat voor kleine goede doelen vallen onder de licentie van de Raad voor Accreditatie.
Toezicht op verantwoorde fondsenwerving en besteding
Het is van belang dat fondsenwerving op verantwoorde wijze plaatsvindt. Een gever of donateur vertrouwt erop dat verantwoord wordt omgegaan met zijn of haar gift. Dat wordt op de eerste plaats bevorderd door de beoordelingen die het CBF verricht.
In het geval dat fondsenwervende instellingen zonder keurmerk aanleiding geven tot negatieve publiciteit of anderszins tot vragen of klachten bij het brede publiek leiden, zal het CBF zelf stappen ondernemen om informatie te verzamelen bij de betreffende instelling.
Voorlichting en advies
Het CBF geeft voorlichting en advies aan bedrijven, instellingen, overheid en publiek.
Bedrijven, instellingen, gemeenten en andere overheidsinstanties benaderen regelmatig het CBF met vragen en verzoeken om informatie. Het CBF constateert daarnaast een toenemende belangstelling van studenten en andere onderzoekers. Ook krijgt het CBF vele vragen en ook klachten vanuit het publiek. Het CBF informeert het publiek zo adequaat mogelijk en probeert in het geval van een klacht de klager en beklaagde tot een minnelijke oplossing te laten komen.
Via de pers wordt het publiek regelmatig geïnformeerd door het CBF. Met grote regelmaat wordt het CBF benaderd door journalisten met specifieke vragen. Indien daar aanleiding toe is, verstuurt het CBF zelf een persbericht. Bijvoorbeeld bij het verschijnen van het Verslag Fondsenwerving of de toekenning van nieuwe keurmerken.
Kosten
De angst dat er bij goede doelen teveel geld aan de aan de organisatie wordt besteed is wijdverbreid. Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Er mogen niet teveel kosten worden gemaakt, want we hebben geld gegeven voor een goed doel en willen ook dat het daaraan wordt besteed.
Het CBF vindt dat het nodig is om genuanceerd over het begrip kosten te zijn. Bij fondsenwervende instellingen kunnen drie soorten kosten worden onderscheiden: kosten aan de doelstelling, kosten voor de werving van baten en kosten beheer en administratie. De kosten die besteed zijn aan de doelstelling zijn het meest tastbaar. Doordat de fondsenwervende instelling deze kosten inzichtelijk maakt ziet de donateur precies welke doelstellingen de stichting heeft en hoeveel geld zij daaraan besteedt. De kosten werving baten hebben betrekking op de kosten die de instelling maakt aan eigen fondsenwerving, maar ook aan het verkrijgen van subsidies, gezamenlijke acties of beleggingen. Met betrekking tot de kosten eigen fondsenwerving heeft het CBF een norm gesteld: 25%, oftewel er mag niet meer dan vijfentwintig eurocent worden uitgegeven om een euro binnen te halen. De kosten beheer en administratie kunnen per organisatie zeer verschillen. Onder kosten beheer en administratie vallen alle kosten die niet toe te rekenen zijn aan de doelstelling of aan de werving van baten. Hierbij kan gedacht worden aan (een deel van) de kosten van de telefonist(e), de schoonmaak etc. De instelling dient in haar jaarverslag aan te geven welke kosten zij toerekent aan kosten beheer en administratie en welke percentages zij daarin hanteert.
Reserves en fondsen
Reserves en fondsen zijn de weerspiegeling van de bezittingen minus de schulden van een organisatie. Fondsenwervende instellingen met een CBF-beoordeling moeten van elke post van de reserves en fondsen een overzicht opnemen in de jaarrekening.
Het bestuur van de instelling geeft door de benoeming van de reserve aan op welke wijze zij de tot haar beschikking staande middelen wenst aan te wenden. Het betreft hier reserves waarvoor geen verplichtingen zijn aangegaan. De organisatie kan zelf over de reserve beslissen, te denken valt aan een continuïteitsreserve of een reserve met een specifieke bestemming.
Onder de fondsen vallen daarentegen de middelen waaraan door derden een specifieke besteding is gegeven, een zogenaamd bestemmingsfonds. Men kan denken aan donaties, waarbij de donateur nadrukkelijk heeft aangegeven waarvoor het geld bestemd is. Het bestuur kan deze bestemming niet zonder toestemming veranderen.
Het CBF heeft de VFI-code “Reserve Goede Doelen” van de Vereniging van Fondsenwervende Instellingen overgenomen in de keurmerkcriteria. Dit betekent dat er regels zijn opgesteld voor het aanhouden of opbouwen van reserves. U kunt deze regels vinden in Bijlage 13 van het Reglement CBF-Keur voor goede doelen.

