Skip to main content
Close Menu

Het toezicht op goede doelen is sinds een aantal jaar goed georganiseerd. Het CBF (Centraal Bureau Fondsenwerving) is aangewezen als toezichthouder. Alle goede doelen die voldoen aan de door de sector vastgestelde normen en zich onder toezicht laten stellen, krijgen het predicaat: “Erkend Goed Doel”. Het aantal door het CBF erkende goede doelen is inmiddels ruim 500 en blijft stijgen. Ook steeds meer kleine organisaties verwerven deze erkenning.

Binnen het ontwikkelde normenkader blijven er altijd grijze gebieden. Soms voldoen organisaties aan alle regels, maar is er toch een ‘niet pluis gevoel’. Lastig voor de toezichthouder. Soms bewegen organisaties zich op terreinen waar geen regels voor zijn met mogelijke risico’s voor het publieksvertrouwen. Lastig voor deze organisaties. En soms ontstaan door maatschappelijke ontwikkelingen nieuwe normen of situaties die om een gedegen verkenning vragen.

Deze week (23 t/m 27 april) is de Week van de Filantropie. Goede Doelen Nederland (GDN), toezichthouder CBF en Nederland Filantropieland (NLFL) zijn verheugd dat zij kunnen bekend maken voor de zomer te starten met het moresprudentieplatform.

Wat is het moresprudentieplatform?
Het moresprudentieplatform is een orgaan waar de toezichthouder, de Commissie Normstelling, de brancheorganisaties, goededoelenorganisaties, begunstigden en donateurs cases in kunnen brengen voor bespreking. De cases die worden behandeld dienen aan een aantal criteria te worden getoetst:

  • Is de kwestie specifiek voor de filantropie in Nederland?
  • Is het een kwestie die het publieksvertrouwen of een gezond filantropieklimaat kan aantasten?
  • Is het een kwestie die gaat over de interpretatie van bestaande normen?
  • Is het een kwestie die door een direct betrokkene kan worden ingebracht zodat alle informatie beschikbaar is?

Het woord moresprudentie in de naam knipoogt naar het woord ‘jurisprudentie’. Jurisprudentie betreft rechterlijke uitspraken in zaken die vergelijkbaar zijn met een zaak waarover een rechtbank moet oordelen; deze vergelijkbare zaken kunnen een precedent vormen in nieuwe zaken. Het gaat dus niet om het formuleren van nieuwe wetten maar om het formuleren van een juist en rechtvaardig oordeel in, dan wel kader voor een specifieke situatie. En dat is precies wat ook bij moresprudentie beoogd wordt, alleen dan niet op juridisch gebied maar met betrekking tot de Filantropische moraal.

Werking van het moresprudentieplatform
Bij het inrichten van een moresprudentieplatform wordt vooral de nadruk gelegd op het verzamelen van inzichten en niet zozeer op het formuleren van uitspraken over ‘hoe het moet’ die uit die inzichten zouden kunnen voortvloeien. De verzamelde inzichten vormen een referentiepunt voor het handelen van sector in toekomstige, vergelijkbare situaties; ze dragen bij aan de ontwikkeling van praktische wijsheid en een deugdelijke praktijk. Individuele goede doelen kunnen hun voordeel doen met deze inzichten ten behoeve van hun eigen professionalisering. De sector - en daarmee ook de toezichthouder - kunnen deze inzichten gebruiken voor het beheer en onderhoud van het normenstelsel.

Voor de zomer van 2018 zullen een tweetal cases uit het verleden worden ingebracht. Op basis van twee ‘proefcases’ zal een goede werkvorm worden gekozen en zullen daarna meer bijeenkomsten volgen. De leden van Nederland Filantropieland (NLFL), CBF-erkenningshouders en leden van Goede Doelen Nederland (GDN) worden in het najaar uitgenodigd casuďstiek in te brengen. Tevens wordt een onafhankelijke en deskundige gespreksleider aangesteld. Onderwerpen die zich aandienen zijn bijvoorbeeld: privacy van donateurs, vrijwilligers en leden, buitenlandse financiering, nieuwe technieken van fondsenwerving, mogelijke belangenverstrengelingen, maatschappelijk ondernemerschap en risicovol beleggen.

Voor meer informatie kunt u terecht bij Marc Petit (NLFL): 06 46 32 38 52